noun
boerderij, hoeve, landbouwbedrijf
B1
Bauernhof (der Bauernhof, meervoud die Bauernhöfe) betekent ‘boerderij’, meestal een landbouwbedrijf met woonhuis, stallen en akkers. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord. Het meervoud is onregelmatig met umlaut: Bauernhöfe. Veelgebruikt in landelijke context.
Voorbeelden
Meine Tante wohnt auf einem Bauernhof.
Mijn tante woont op een boerderij.
Wir besuchen am Wochenende einen Bauernhof und sehen die Kühe.
We bezoeken in het weekend een boerderij en zien de koeien.
Der Bauernhof wurde renoviert, damit die Familie dort länger wohnen konnte.
De boerderij werd gerenoveerd zodat het gezin daar langer kon wonen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een boerderij voor met dieren en een bord 'Bauernhof' boven de poort.
Klinkt als 'bow-ern-hof' — stel je een boerderij voor met een grote strik op het dak.
der — denk aan een mannelijke boer (der Bauer) die de boerderij bezit.
Opmerkingen
Bauernhof verwijst specifiek naar een boerderij met erf en gebouwen. Het meervoud is 'Bauernhöfe'.