verb
invullen, aanvullen
A1
ausfüllen betekent ‘invullen’ of ‘volledig vullen’, vooral een formulier of document. Het is een scheidbaar werkwoord: in de tegenwoordige tijd splitst het voorvoegsel af (du füllst das Formular aus). Hulpwerkwoord haben; voltooid deelwoord ausgefüllt. Zwak, regelmatig en niet wederkerig.
Voorbeelden
Bitte füllen Sie das Formular aus.
Vul het formulier alstublieft in.
Sie hat den Antrag ausgefüllt.
Ze heeft de aanvraag ingevuld.
Er füllte das Kreuzworträtsel aus.
Hij vulde de kruiswoordpuzzel in.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je informatie in de lege vakjes van een formulier giet totdat ze ‘gevuld’ zijn.
Denk aan ‘out’ + ‘fill’ — ‘aus’ klinkt als het Engelse ‘out’, dus ‘ausfüllen’ = ‘fill out’.
Opmerkingen
Een scheidbaar werkwoord: in hoofdzinnen scheidt het voorvoegsel ‘aus’ zich af en gaat het naar het einde (ich fülle das Formular aus). In voltooide tijden blijft het voltooid deelwoord aaneen (hat ausgefüllt). Het is een regelmatig (zwak) werkwoord en gebruikt ‘haben’ als hulpwerkwoord.