verb
moeten, dienen te, verplicht zijn
A1
müssen is een modaal werkwoord en betekent ‘moeten’, ‘dienen te’ of ‘verplicht zijn’. Perfekt: ich habe gemusst. Onregelmatige vormen: ich muss, ihr müsst; verleden tijd: musste. Als modaal werkwoord staat het meestal met een infinitief en heeft het geen eigen passief.
Voorbeelden
Ich musste das tun.
Ik moest dat doen.
Du musst zuerst deine Hausaufgaben machen.
Je moet eerst je huiswerk maken.
Ich muss jeden Morgen früh aufstehen.
Ik moet elke ochtend vroeg opstaan.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een checklist voor met een grote rode sticker «MUSS» — iets dat verplicht is.
Klinkt als het Engelse «must» (vergelijkbare betekenis van verplichting).
Opmerkingen
Modaal werkwoord dat noodzaak of verplichting uitdrukt. Voltooid deelwoord: «gemusst». De gebiedende wijs in de 2e persoon enkelvoud («du») wordt niet vaak gebruikt; gebruik liever volledige beleefde verzoeken of de «ihr»-vorm bij bevelen. | Modaal werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.