noun
uitstapje, excursie, dagtrip
A1
Ausflug is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘uitstapje’ of ‘dagtocht’. Meervoud: Ausflüge. Vaak gebruik je de uitdrukking einen Ausflug machen. Het woord verwijst meestal naar een korte vrijetijdsreis, met familie of vrienden.
Voorbeelden
Der Ausflug zur Burg war sehr interessant.
De excursie naar het kasteel was erg interessant.
Der Verein organisierte einen Ausflug, weil die Mitglieder sich erholen wollten, und viele Familien meldeten sich an.
De vereniging organiseerde een uitstapje omdat de leden wilden ontspannen, en veel gezinnen schreven zich in.
Am Wochenende machen wir einen Ausflug an den See.
In het weekend maken we een uitstapje naar het meer.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een kleine bus vol vrolijke mensen voor — een korte Ausflug.
der = stel je een man (der) voor die de excursie organiseert.
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt voor korte recreatieve uitstapjes.