noun
arbeidster, werkneemster
B1
Arbeiterin is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘arbeidster’ of ‘werkneemster’. Lidwoord: die; meervoud: Arbeiterinnen. Het is de vrouwelijke vorm van Arbeiter, met regelmatig meervoud op -innen. Genitief enkelvoud: der Arbeiterin.
Voorbeelden
Die Arbeiterin hat heute Überstunden gemacht.
De werkneemster heeft vandaag overuren gemaakt.
Der Vorarbeiter lobte die Arbeiterin, nachdem sie die Maschine reparierte.
De voorman prees de werkneemster nadat zij de machine had gerepareerd.
Die Arbeiterin in der Fabrik bedient eine große Maschine.
De vrouwelijke werknemer in de fabriek bedient een grote machine.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een vrouw voor in een reflecterend vest met het label „Arbeiterin” op haar rug.
eindigt op „-in”, zoals veel Duitse vrouwelijke woorden (denk: „in” = zij is in het vak)
die Arbeiterin — de uitgang -in geeft vrouwelijk aan; koppel „-in” aan „zij”
Opmerkingen
Vrouwelijke vorm van « Arbeiter ». Het meervoud krijgt -innen (Arbeiterinnen) wanneer expliciet een vrouwelijk meervoud bedoeld is.