noun
gepensioneerde, pensioengerechtigde
B1
Pensionist betekent ‘gepensioneerde’ of ‘rentetrekker’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Pensionist. Meervoud: Pensionisten. Zwak naamwoord: in de verbogen vormen meestal -en (des/dem/den Pensionisten). Vrij formeel woord.
Voorbeelden
Mein Großvater ist Pensionist und liest jeden Morgen die Zeitung.
Mijn grootvader is gepensioneerd en leest elke ochtend de krant.
Der Pensionist genießt seinen Ruhestand.
De gepensioneerde geniet van zijn pensioen.
Als Pensionist hat er mehr Zeit für seinen Garten.
Als gepensioneerde heeft hij meer tijd voor zijn tuin.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een oudere man voor die een pensioenbrief ontvangt.
pensionist klinkt als „pension + ist” (iemand die pensioen ontvangt).
der — stel je een man (meneer) voor die zijn pensioen ontvangt.
Opmerkingen
Verwijst naar een man die een pensioen ontvangt. Niet te verwarren met «Pension» (een pension/guesthouse) in het Duits.