Arbeiter

noun
arbeider, werker
B1

Arbeiter is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘arbeider’ of ‘werker’, vooral in handwerk of industrie. Lidwoord: der; meervoud: Arbeiter, zonder umlaut en zonder vormverandering. Genitief enkelvoud: des Arbeiters. Vrouwelijke vorm: Arbeiterin.

Voorbeelden

Der Arbeiter repariert die Maschine.
De arbeider repareert de machine.
Der Ingenieur erklärte den Arbeitern die neue Regel, weil die Maschine gefährlich war.
De ingenieur legde de arbeiders de nieuwe regel uit, omdat de machine gevaarlijk was.
Der Arbeiter auf der Baustelle trägt einen Helm.
De arbeider op de bouwplaats draagt een helm.

Details

MeervoudArbeiter

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Arbeiterdie Arbeiter
genitivedes Arbeitersder Arbeiter
dativedem Arbeiterden Arbeitern
accusativeden Arbeiterdie Arbeiter

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een bouwvakker voor met een helm en een bordje „Arbeiter” bij de poort.
👂klinkt als „a bear” + „ter” — stel je een arbeider voor als een sterke beer die gereedschap draagt
⚧️der Arbeiter — „der” is mannelijk; denk aan „der” = „papa” om het mannelijke te onthouden

Opmerkingen

Het meervoud „Arbeiter” is in de nominatief gelijk aan het enkelvoud, maar in de datief meervoud wordt vaak -n toegevoegd (Arbeitern). Wordt breed gebruikt voor handarbeiders of industriële arbeiders.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek