noun
werk, baan
A1
Arbeit betekent ‘werk’ of ‘baan’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Arbeit, meervoud Arbeiten. Het enkelvoud gebruik je voor werk in het algemeen, het meervoud voor losse taken of werken. De verbuiging volgt het gewone vrouwelijke patroon.
Voorbeelden
Ich habe heute viel Arbeit zu erledigen.
Ik heb vandaag veel werk te doen.
Wo ist die Arbeit?
Waar is het werk?
Die Schüler erledigten die Arbeit, bevor der Lehrer sie kontrollierte.
De leerlingen maakten het werk af voordat de leraar het controleerde.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een bureau voor met papieren waarop ‘Arbeit’ staat.
die = stel je een vrouw (die) voor die een stapel werk overhandigt.
Opmerkingen
Arbeit kan ‘werk’ in het algemeen betekenen of een specifieke baan (eine Arbeit).