noun
schoolwerk, toets
B1
Schularbeit (v.) betekent ‘schoolwerk’ in het algemeen, en in sommige regio’s ook een schriftelijke toets of overhoring. Meervoud: Schularbeiten. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord; genitief enkelvoud: der Schularbeit, datief meervoud: den Schularbeiten.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Lehrerin korrigierte die Schularbeit, während die Schüler draußen auf die Noten warteten.
De lerares corrigeerde het schoolwerk terwijl de leerlingen buiten op de cijfers wachtten.
Die Schüler schreiben heute eine Schularbeit in Englisch.
De leerlingen maken vandaag een Engelse toets.
Die Schularbeit nächste Woche ist sehr wichtig für unsere Note.
De toets volgende week is erg belangrijk voor ons cijfer.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een bureau voor met een toetsblad erop met de titel «Schularbeit».
Schularbeit -> «school» + «arbeit» (werk) = schoolwerk.
die = vrouwelijk: stel je een schoolrapport voor met een grote sticker «DIE Schularbeit».
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
In sommige regio’s (vooral in Oostenrijk) betekent «Schularbeit» specifiek een schriftelijke toets in de klas in plaats van algemeen huiswerk. De context bepaalt of het «schoolwerk» of een «toets» betekent.