noun
vuil, vuiligheid, smerigheid
B1
Schmutz is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘vuil’, ‘smerigheid’ of ‘viezigheid’. Het is meestal niet telbaar. Genitief: des Schmutzes; datief: dem Schmutz. Geen gewone meervoudsvorm. Ook figuurlijk gebruikt voor morele of sociale ‘vuilheid’.
Voorbeelden
Der Schmutz musste sofort entfernt werden.
Het vuil moest onmiddellijk worden verwijderd.
Auf dem Boden liegt viel Schmutz.
Er ligt veel vuil op de vloer.
Nach dem Bau entfernten Arbeiter den Schmutz, damit die Wohnung wieder bewohnbar wurde.
Na de bouw verwijderden de arbeiders het vuil, zodat het appartement weer bewoonbaar werd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een vuile vloer voor met stof en aanslag, gelabeld als ‘Schmutz’.
Klinkt een beetje als Engels ‘smuts’ zonder de s — onthoud: ‘Schmutz’ = vuil.
der — stel je een man (der) voor die onder het vuil zit om het mannelijke geslacht te onthouden.
Opmerkingen
Schmutz wordt meestal gebruikt als een massanomen (niet-telbaar). In alledaagse spreektaal gebruik je normaal geen meervoud. Veelvoorkomende combinaties: ‘Schmutz entfernen’, ‘Schmutz sehen’. | Alleen enkelvoud (massa-)zelfstandig naamwoord; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.