noun
perron, spoorperron
A1
Bahnsteig (m.) betekent ‘perron’, vooral een spoorwegperron. Het is het verhoogde deel waar reizigers in- en uitstappen. Meervoud: Bahnsteige. Mannelijk samengesteld zelfstandig naamwoord van Bahn + Steig, met regelmatige verbuiging; genitief enkelvoud: des Bahnsteigs.
Voorbeelden
Bitte warten Sie auf dem Bahnsteig hinter der Sicherheitslinie.
Wacht alstublieft op het perron achter de veiligheidslijn.
Unser Zug fährt auf Gleis 7, Bahnsteig 3.
Onze trein vertrekt van spoor 7, perron 3.
Am Bahnsteig stand eine Frau, die verzweifelt telefonierte, weil ihr Zug verspätet angekommen war.
Op het perron stond een vrouw wanhopig te bellen omdat haar trein te laat was aangekomen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je op een perron stapt met een groot nummerbord: dat is de ‘Bahnsteig’.
Bahn + stei(g) — ‘steig’ als ‘step’ (een perron waar je op stapt).
der — stel je een mannelijke perronmedewerker voor die vertrektijden omroept (der Bahnsteig).
Opmerkingen
Samenstelling van ‘Bahn’ + ‘Steig’ (opstap-/spoorzone).