noun
lucifer, luciferhoutje
B1
Zündholz betekent ‘lucifer’ of ‘safety match’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Zündholz, meervoud die Zündhölzer. In het meervoud verschijnt een umlaut. Genitief enkelvoud: des Zündholzes; datief meervoud: den Zündhölzern.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Camper fanden kein Zündholz, obwohl das Feuer dringend angezündet werden musste, weil die Nacht kalt war.
De kampeerders konden geen lucifer vinden, hoewel het vuur dringend moest worden aangestoken omdat de nacht koud was.
Ein Zündholz reicht, um die Kerze anzuzünden.
Eén lucifer is genoeg om de kaars aan te steken.
Er griff nach einem Zündholz, um den Herd anzuzünden.
Hij pakte een lucifer om het fornuis aan te steken.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een klein houten stokje met een rood puntje voor dat je aanstrijkt om een vlam te maken.
Zündholz klinkt als ‘zoon-dholz’ — stel je een klein houten stokje voor dat een zap maakt.
das = het. Stel je een onzijdig object (het) in een luciferdoosje voor met het label ‘das’ om te onthouden dat het onzijdig is (das Zündholz).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Meervoud: Zündhölzer (let op de umlaut). In samenstellingen verwijst het enkelvoud vaak naar het object zelf; let op de umlaut en de meervoudsvorming.