Zahnpasta

noun
tandpasta
B1

Zahnpasta betekent ‘tandpasta’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Zahnpasta. Meestal gebruik je het als stofnaam in het enkelvoud; het meervoud Zahnpasten bestaat, maar komt zelden voor. Gewone verbuiging.

Voorbeelden

Der Kollege brachte Zahnpasta aus dem Urlaub mit, weil er das Land besonders mochte und lokale Produkte probieren wollte.
De collega bracht tandpasta mee van vakantie, omdat hij het land erg mooi vond en lokale producten wilde proberen.
Ich brauche Zahnpasta.
Ik heb tandpasta nodig.
Ich kaufe jeden Morgen neue Zahnpasta.
Ik koop elke ochtend nieuwe tandpasta.

Details

MeervoudZahnpasten

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Zahnpastadie Zahnpasten
genitiveder Zahnpastader Zahnpasten
dativeder Zahnpastaden Zahnpasten
accusativedie Zahnpastadie Zahnpasten

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je voor dat je een tube uitknijpt als spaghettisaus op een tandenborstel.
👂Denk aan «tooth pasta» — tandpasta komt in een tube zoals pastasaus.
⚧️Die Zahnpasta — onthoud het vrouwelijke «die» door je een vrouwelijke tandarts voor te stellen die de tube vasthoudt.

Opmerkingen

«Zahnpasta» is in het Duits vaak niet-telbaar (zoals «toothpaste» in het Engels). Meervoudsvormen worden zelden gebruikt, maar «Zahnpasten» kan voorkomen wanneer men over verschillende soorten of merken spreekt.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek