noun
tandpasta
B1
Zahncreme is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘tandpasta’. Meervoud: Zahncremes, al wordt het vaak als een onbepaald massawoord gebruikt. De verbuiging is regelmatig: die Zahncreme, der Zahncreme, die Zahncremes. Veelgebruikt in de mondverzorging.
Voorbeelden
Im Supermarkt fanden die Kunden eine teure Zahncreme, obwohl es ein Sonderangebot gab.
In de supermarkt vonden de klanten een dure tandpasta, hoewel er een speciale aanbieding was.
Die Zahncreme ist fast leer.
De tandpasta is bijna op.
Ich brauche Zahncreme.
Ik heb tandpasta nodig.
Details
Ezelsbruggetjes
een uitgeknepen tube met een tandenborstel en pasta erop om tandpasta voor te stellen
Zahn = tand, Creme = crème — tandpasta is als een crème voor tanden
die — stel je een vrouw voor die een tube tandpasta uit het badkamerkastje pakt
Opmerkingen
Ook in het Duits vaak «Zahnpasta» genoemd. «Zahncreme» kan in veel regio's door elkaar gebruikt worden met «Zahnpasta».