noun
worst
A2
Wurst is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘worst’ of ‘vleeswaar’. Meervoud: Würste, met umlaut. Je zegt: die Wurst, die Würste; datief meervoud: den Würsten. Veel gebruikt in de keuken en in het dagelijks leven. Niet verwarren met het informele bijvoeglijk naamwoord wurst.
Voorbeelden
Ich esse gerne Wurst.
Ik eet graag worst.
Die Wurst schmeckt sehr gut zum Abendbrot.
De worst smaakt erg lekker bij het avondeten.
Der Verkäufer packte die Wurst in Papier, nachdem der Kunde sie bezahlt hatte.
De verkoper pakte de worst in papier nadat de klant ervoor had betaald.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een lange worst voor op een houten plank met het label «Wurst».
klinkt als «worst» (maar denk aan worst).
de Wurst — denk aan «die» met een «i» zoals in «Wurst» (vrouwelijk)
Opmerkingen
Veelvoorkomend in supermarkt- en voedselcontexten. Meervoud: « Würste ».