noun
wens, verlangen
A2
Wunsch is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘wens’, ‘verlangen’ of ‘wensje’. Meervoud: Wünsche. Genitief enkelvoud: des Wunsches. Veel gebruikt in uitdrukkingen als einen Wunsch äußern. Handig voor wensen, verzoeken en verlangens.
Voorbeelden
Mein größter Wunsch ist, einmal nach Japan zu reisen.
Mijn grootste wens is om ooit naar Japan te reizen.
Ich habe einen Wunsch.
Ik heb een wens.
Die Eltern erfüllten den Wunsch des Kindes, weil es gute Noten bekommen hatte.
De ouders vervulden de wens van het kind, omdat het goede cijfers had gehaald.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je kaarsjes uitblaast en stilletjes een wens doet.
klinkt als «wunch» — denk aan iets willen.
de — stel je een man voor die een wens doet (mannelijke anker)