noun
getal, nummer, cijfer, aantal
A2
Zahl (die) betekent ‘getal’, ‘cijfer’ of ‘aantal’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Zahl, meervoud Zahlen. Regelmatige verbuiging. Je gebruikt het voor cijfers, statistieken en hoeveelheden. Let op de naamvallen: der Zahl in de genitief, den Zahlen in het meervoudsdativus.
Voorbeelden
Der Statistiker bemerkte, dass eine Zahl nicht stimmte, nachdem er die Tabelle überprüfte.
De statisticus merkte op dat een getal niet klopte nadat hij de tabel had gecontroleerd.
Die Zahl auf der Rechnung stimmt nicht.
Het bedrag op de rekening klopt niet.
Die Zahl ist größer als zehn.
Het getal is groter dan tien.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een groot getal voor dat op een bord staat geschilderd (een dikke «7») om het idee van «Zahl» vast te zetten.
Klinkt een beetje als «soul» — stel je voor dat het getal een eigen ziel heeft.
die (vrouwelijk) — stel je een vrouw (Die) voor die een grote getallenbanner vasthoudt.
Opmerkingen
Let op: «Zahl» betekent vaak «getal» of «nummer». «Ziffer» is specifieker een enkel cijfer. In contexten over bedragen of statistieken kan «Zahl» worden vertaald als «cijfer» of «aantal».