adjective
boos, woedend
B1
wütend betekent ‘boos’ of ‘woedend’. Het is een afgeleid bijvoeglijk naamwoord en is gradabel: wütender, am wütendsten. Vaak met wütend auf + persoon en wütend über + zaak. Synoniemen: ärgerlich, zornig. Veelgebruikt in spreek- en schrijftaal.
Voorbeelden
Ich bin wütend.
Ik ben boos.
Sie war wütend über die lange Wartezeit.
Ze was woedend over de lange wachttijd.
Der Chef war wütend, weil die Lieferung verspätet ankam und dadurch die Produktion stockte.
De baas was boos omdat de levering te laat aankwam en daardoor de productie stilviel.
Details
Ezelsbruggetjes
stoom die uit het hoofd van een stripfiguur komt om heel boos te zijn
klinkt als 'woo-tend' — stel je iemand voor die boos 'woo' zegt, en dan 'tend' om het boze gevoel te onthouden
Opmerkingen
Een participiaal bijvoeglijk naamwoord afgeleid van het werkwoord 'wüten'. Vaak gebruikt met het werkwoord 'sein' (sein wütend).