adjective
vervelend, irritant
B1
ärgerlich betekent ‘vervelend’, ‘irritant’ of ‘frustrerend’. Het is een trapbaar bijvoeglijk naamwoord: ärgerlicher, am ärgerlichsten. Vaak predicatief gebruikt: Das ist ärgerlich. Met über + Akk. druk je uit dat je ergens boos over bent.
Voorbeelden
Die Verspätung war ärgerlich, weil die Verbindung schon länger gestört gewesen war.
De vertraging was vervelend, omdat de verbinding al langere tijd verstoord was.
Der ständige Lärm ist sehr ärgerlich.
Het constante lawaai is erg vervelend.
Es ist ärgerlich, wenn der Bus zu spät kommt.
Het is vervelend als de bus te laat komt.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die fronst en zijn hoofd schudt — een snel beeld voor ‘ärgerlich’.
Denk aan ‘air-gur-lich’ — als iets je op de zenuwen werkt, is het ‘ärgerlich’.