noun
gang, gangpad, loop, pas
B1
Gang is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent vooral ‘gang’ of ‘corridor’, maar ook ‘loop’ of ‘gang van lopen’. Meervoud: Gänge, met umlaut. Verbuiging: der Gang, des Ganges, den Gängen. De context bepaalt de betekenis.
Voorbeelden
Der Gang im alten Haus ist sehr schmal.
De gang in het oude huis is erg smal.
Das Abendessen besteht aus drei Gängen.
Het diner bestaat uit drie gangen.
Als die Gäste spät ankamen, führte der Portier sie den langen Gang entlang, damit sie schnell ihr Zimmer erreichen konnten.
Toen de gasten laat aankwamen, leidde de portier hen door de lange gang zodat ze snel hun kamer konden bereiken.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je door een smalle gang loopt (een ‘gang’ van mensen die in een rij lopen).
Denk aan het Engelse «gangway» → gang/corridor.
der — stel je een mannelijke bewaker (der) voor die in de gang staat.
Opmerkingen
Gang is een polysemisch zelfstandig naamwoord: veelvoorkomende betekenissen zijn «gang» (architectuur: corridor) en «gang/loop» (beweging). Het meervoud is onregelmatig (Gänge). In samenstellingen (bijv. «Eingang», «Ausgang») blijft het een vergelijkbare betekenis houden die met toegang of beweging te maken heeft.