pronoun
jou, aan jou, voor jou
A1
dir is het informele persoonlijke voornaamwoord in de datief enkelvoud: ‘aan jou’, ‘voor jou’. Het staat als meewerkend voorwerp, bv. Ich gebe dir das Buch. Nominatief: du; accusatief: dich. Komt voor bij werkwoorden met datief.
Voorbeelden
Ich habe dir ein Foto geschickt.
Ik heb je een foto gestuurd.
Ist das Geschenk für dich? Ja, es ist für dich — ich habe es dir gegeben.
Is het cadeau voor jou? Ja, het is voor jou — ik heb het je gegeven.
Er gab dir das Buch, weil er es für wichtig hielt.
Hij gaf je het boek omdat hij het belangrijk vond.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat iemand een klein cadeau geeft en «für dir» zegt (fout Duits, maar visueel) om te onthouden dat dit de vorm van het indirecte object is.
Klinkt als het Engelse «dear» — denk aan «for you, dear» om te onthouden dat het de datief van «du» is.
Opmerkingen
« dir » is de datiefvorm van « du ». Die wordt gebruikt voor indirecte objecten en na voorzetsels die de datief eisen.