dir

pronoun
jou, aan jou, voor jou
A1

dir is het informele persoonlijke voornaamwoord in de datief enkelvoud: ‘aan jou’, ‘voor jou’. Het staat als meewerkend voorwerp, bv. Ich gebe dir das Buch. Nominatief: du; accusatief: dich. Komt voor bij werkwoorden met datief.

Voorbeelden

Ich habe dir ein Foto geschickt.
Ik heb je een foto gestuurd.
Ist das Geschenk für dich? Ja, es ist für dich — ich habe es dir gegeben.
Is het cadeau voor jou? Ja, het is voor jou — ik heb het je gegeven.
Er gab dir das Buch, weil er es für wichtig hielt.
Hij gaf je het boek omdat hij het belangrijk vond.

Details

Typepersonal
Verbuigingsvormen
nominative:dugenitive:deiner (archaic/rare)dative:diraccusative:dich

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je voor dat iemand een klein cadeau geeft en «für dir» zegt (fout Duits, maar visueel) om te onthouden dat dit de vorm van het indirecte object is.
👂Klinkt als het Engelse «dear» — denk aan «for you, dear» om te onthouden dat het de datief van «du» is.

Opmerkingen

« dir » is de datiefvorm van « du ». Die wordt gebruikt voor indirecte objecten en na voorzetsels die de datief eisen.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek