alles

pronoun
alles, het geheel
A1

Betekent ‘alles’ of ‘het geheel’ en verwijst naar alle dingen samen. Het is een onbepaald voornaamwoord, vaak onveranderlijk: alles kan in nom., acc., gen. en dat. voorkomen. Niet te verwarren met alle, dat bij het meervoud hoort. Veel gebruikt in vaste uitdrukkingen zoals alles goed.

Voorbeelden

Ich habe alles gekauft, was auf der Liste stand.
Ik heb alles gekocht wat op de lijst stond.
Alles ist bereit für die Party.
Alles is klaar voor het feest.
Die Schüler fanden alles, was der Lehrer sagte, wichtig, obwohl sie müde waren.
De leerlingen vonden alles wat de leraar zei belangrijk, hoewel ze moe waren.

Details

Typeindefinite
Verbuigingsvormen
nominative:allesgenitive:allesdative:allesaccusative:alles

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een doos voor met het label ‘alles’ erin, met alles wat erin zit
👂klinkt als Engels ‘alls’ (alle dingen)

Opmerkingen

‘alles’ is een onbepaald voornaamwoord dat van vorm onzijdig is en vaak als nominale woordgroep wordt gebruikt.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek