pronoun
alles, het geheel
A1
Betekent ‘alles’ of ‘het geheel’ en verwijst naar alle dingen samen. Het is een onbepaald voornaamwoord, vaak onveranderlijk: alles kan in nom., acc., gen. en dat. voorkomen. Niet te verwarren met alle, dat bij het meervoud hoort. Veel gebruikt in vaste uitdrukkingen zoals alles goed.
Voorbeelden
Ich habe alles gekauft, was auf der Liste stand.
Ik heb alles gekocht wat op de lijst stond.
Alles ist bereit für die Party.
Alles is klaar voor het feest.
Die Schüler fanden alles, was der Lehrer sagte, wichtig, obwohl sie müde waren.
De leerlingen vonden alles wat de leraar zei belangrijk, hoewel ze moe waren.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een doos voor met het label ‘alles’ erin, met alles wat erin zit
klinkt als Engels ‘alls’ (alle dingen)
Opmerkingen
‘alles’ is een onbepaald voornaamwoord dat van vorm onzijdig is en vaak als nominale woordgroep wordt gebruikt.