other
opnieuw, weer, her-
B1
wieder- is een voorvoegsel dat ‘weer’, ‘opnieuw’ of ‘re-’ betekent. Het vormt vooral werkwoorden en zelfstandige naamwoorden die herhaling, terugkeer of herstel uitdrukken, zoals wiederholen. Het komt nooit los voor en wordt niet verbogen.
Voorbeelden
Der Besucher wollte wieder-kommen, weil das Museum renoviert wurde und neu eröffnen sollte.
De bezoeker wilde terugkomen omdat het museum was gerenoveerd en opnieuw zou openen.
In 'wiederholen' bedeutet wieder- 'again'.
In 'wiederholen' betekent wieder- 'opnieuw'.
Das Präfix wieder- zeigt an, dass etwas wiederholt wird.
Het voorvoegsel 'wieder-' geeft aan dat iets wordt herhaald.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een lusvormige pijl voor die terugdraait om te laten zien dat iets opnieuw gebeurt; koppel dat beeld aan «wieder-».
Klinkt als het Engelse «weeder» — stel je voor dat je hetzelfde tuinwerk opnieuw doet.
Opmerkingen
Het element «wieder-» is een onafscheidbaar voorvoegsel in veel werkwoorden (bijv. «wiederholen») en geeft herhaling aan. Als affix is het geen zelfstandig woord in normaal taalgebruik, maar het verschijnt vast aan een stam.