raus-

other
naar buiten, buiten, naar buiten toe
B1

raus- is een informele partikel/voorvoegsel met de betekenis ‘naar buiten’, ‘eruit’ of ‘buiten’. Het geeft beweging uit een afgesloten ruimte aan en komt vaak voor in bevelen: Raus! = ‘Eruit!’ Het is geen zelfstandig werkwoord.

Voorbeelden

Stell das Tablett kurz raus auf die Terrasse.
Zet het dienblad even buiten op het terras.
Auf dem Lehrplan stand 'raus-' als Beispiel, weil der Lehrer die Trennungen von Verben erklären wollte.
Op het lesprogramma stond 'raus-' als voorbeeld, omdat de leraar de scheiding van werkwoorden wilde uitleggen.
Geh bitte raus!
Ga alsjeblieft naar buiten!

Details

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je iemand voor die door een deur naar buiten stapt, met ‘raus’ boven de deuropening.
👂Klinkt als het Engelse ‘rouse’ (stel je voor dat je een deur opent om naar buiten te gaan).

Opmerkingen

Raus- is de informele samentrekking van « hinaus » of « heraus » en komt vaak voor in gesproken Duits, zowel als scheidbaar voorvoegsel als als losstaand bijwoord.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek