other
naar buiten, buiten, naar buiten toe
B1
raus- is een informele partikel/voorvoegsel met de betekenis ‘naar buiten’, ‘eruit’ of ‘buiten’. Het geeft beweging uit een afgesloten ruimte aan en komt vaak voor in bevelen: Raus! = ‘Eruit!’ Het is geen zelfstandig werkwoord.
Voorbeelden
Stell das Tablett kurz raus auf die Terrasse.
Zet het dienblad even buiten op het terras.
Auf dem Lehrplan stand 'raus-' als Beispiel, weil der Lehrer die Trennungen von Verben erklären wollte.
Op het lesprogramma stond 'raus-' als voorbeeld, omdat de leraar de scheiding van werkwoorden wilde uitleggen.
Geh bitte raus!
Ga alsjeblieft naar buiten!
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die door een deur naar buiten stapt, met ‘raus’ boven de deuropening.
Klinkt als het Engelse ‘rouse’ (stel je voor dat je een deur opent om naar buiten te gaan).
Opmerkingen
Raus- is de informele samentrekking van « hinaus » of « heraus » en komt vaak voor in gesproken Duits, zowel als scheidbaar voorvoegsel als als losstaand bijwoord.