verb
opzoeken, naslaan, raadplegen
B1
nachschlagen: scheidbaar en sterk werkwoord met de betekenis ‘opzoeken’ of ‘naslaan’ in een woordenboek, naslagwerk of online. Voltooid deelwoord: nachgeschlagen; perfect met haben. Vaak met in + datief: in einem Wörterbuch nachschlagen.
Voorbeelden
Ich muss das Wort im Wörterbuch nachschlagen.
Ik moet dat woord in het woordenboek opzoeken.
Ich schlage das Wort im Wörterbuch nach.
Ik zoek het woord op in het woordenboek.
Er schlug die Bedeutung im Lexikon nach.
Hij zocht de betekenis op in het woordenboek.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je door een dik woordenboek bladert en een klein briefje (« nach ») op de gevonden pagina zet.
Klinkt een beetje als « notch-slog » — stel je voor dat je je moeizaam door pagina’s heen werkt om een lemma te vinden.
Opmerkingen
« Nachschlagen » is een scheidbaar werkwoord: in hoofdzin scheidt het voorvoegsel « nach » zich af (ich schlage das Wort nach). Het voltooid deelwoord is « nachgeschlagen » en gebruikt het hulpwerkwoord « haben ». Het betekent vaak een naslagwerk raadplegen (boek, woordenboek, database of internet).