verb
opnieuw halen, opnieuw ophalen, terughalen
A1
wieder holen betekent ‘opnieuw halen’, ‘nog eens gaan halen’ of ‘terughalen’. Het is een scheidbaar werkwoord: wieder- + holen. Zwak werkwoord, voltooid deelwoord wiedergeholt, met haben. In de hoofdzin staat wieder apart: ich hole das Paket wieder.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Assistent holte die Akte wieder, weil der Chef sie für das Treffen brauchte.
De assistent haalde het dossier opnieuw, omdat de chef het nodig had voor de vergadering.
Sie ließ ihre Tasche wieder holen.
Ze liet haar tas weer halen.
Ich hole das Buch wieder.
Ik haal het boek weer op.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je iets opnieuw oppakt en terugbrengt.
wieder holen — ‘wieder’ (opnieuw) + ‘holen’ (halen) — ‘opnieuw halen’
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Hier behandeld als een scheidbaar werkwoord (wieder + holen) met de betekenis ‘opnieuw halen’. In andere contexten betekent ‘wiederholen’ (aan elkaar) vaak ‘herhalen’.