wiederholen

verb
herhalen, opnieuw doornemen
A1

werkwoord: wiederholen betekent herhalen of nog eens doornemen. Het is een onscheidbaar werkwoord, dus altijd aaneengeschreven. Regelmatig zwak werkwoord; voltooid deelwoord: wiederholt, met haben. Veelgebruikt op school, bij studeren en bij controle van informatie.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Ich muss den Stoff vor der Prüfung wiederholen.
Ik moet de stof voor het examen herhalen.
Wir haben die Lektion wiederholt.
We hebben de les herhaald.
Die Professorin wiederholte die Definition, damit die Studenten das Konzept besser verstanden.
De professor herhaalde de definitie, zodat de studenten het concept beter begrepen.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.AUXILIARYhaben
VOCABULARY.DETAILS.SEPARABLEVOCABULARY.DETAILS.NO
VOCABULARY.DETAILS.REGULARVOCABULARY.DETAILS.YES
VOCABULARY.DETAILS.VERB_TYPEweak
VOCABULARY.DETAILS.STEM_CHANGESNo major stem changes; regular weak verb.

VOCABULARY.DETAILS.PRINCIPAL_FORMS

Präsens (3. Sg.)er/sie/es wiederholt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es wiederholte
Perfekter/sie/es hat wiederholt

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een leraar voor die de klas vraagt een zin te herhalen om « wiederholen » te onthouden.
👂wiederholen — « wieder » (opnieuw) + « holen » (halen), maar denk aan « herhalen ».

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Wordt meestal gebruikt in de betekenis van « herhalen » of « doornemen ». Als onscheidbaar werkwoord met de betekenis « herhalen » is het voltooid deelwoord « wiederholt » (zonder « ge- »). De formele gebiedende wijs (Sie) wordt niet gegeven in de vervoegingstabel omdat de dataset vereist dat vervoegingswaarden geen persoonlijke voornaamwoorden bevatten; de formele gebiedende wijs bevat noodzakelijkerwijs « Sie », dus die vorm staat op « niet van toepassing » in de metadata.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS

ichwiederhole
duwiederholst
er/sie/eswiederholt
wirwiederholen
ihrwiederholt
sie/Siewiederholen
ichwerde wiederholt
duwirst wiederholt
er/sie/eswird wiederholt
wirwerden wiederholt
ihrwerdet wiederholt
sie/Siewerden wiederholt
ichwiederhole
duwiederholest
er/sie/eswiederhole
wirwiederholen
ihrwiederholt
sie/Siewiederholen
ichwerde wiederholt
duwerdest wiederholt
er/sie/eswerde wiederholt
wirwerden wiederholt
ihrwerdet wiederholt
sie/Siewerden wiederholt
ichwürde wiederholen
duwürdest wiederholen
er/sie/eswürde wiederholen
wirwürden wiederholen
ihrwürdet wiederholen
sie/Siewürden wiederholen
ichwürde wiederholt
duwürdest wiederholt
er/sie/eswürde wiederholt
wirwürden wiederholt
ihrwürdet wiederholt
sie/Siewürden wiederholt
duWiederhole!
ihrWiederholt!
Sienot applicable