warm

adjective
warm
A2

warm is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis „warm” in letterlijke zin, en soms „hartelijk” of „warm” figuurlijk. Het is trapbaar: wärmer, am wärmsten. Je gebruikt het attributief en predicatief, bv. ein warmes Zimmer. Tegenstellingen: kalt, kühl.

Voorbeelden

Die Suppe blieb warm, obwohl das Wetter draußen kalt war und die Gäste sich länger aufhielten.
De soep bleef warm, hoewel het buiten koud was en de gasten langer bleven.
Heute ist das Wetter schön und warm.
Het is vandaag mooi en warm weer.

Details

VergelijkbaarJa
Vergrotende trapwärmer
Overschrijvende trapam wärmsten
Voltooid deelwoordNee

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je zonlicht voor dat je handen verwarmt.
👂Denk aan „warm” zoals in het Engels — dezelfde betekenis.

Opmerkingen

Wordt gebruikt voor temperatuur en figuurlijk voor een warme sfeer.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek