warnen

verb
waarschuwen, verwittigen
B1

warnen betekent “waarschuwen” of “op zijn hoede maken” voor gevaar of gevolgen. Het is een zwak, regelmatig werkwoord met haben als hulpwerkwoord; voltooid deelwoord: gewarnt. Niet wederkerend en niet scheidbaar. Vaak met vor + datief.

Voorbeelden

Das Schild warnt vor gefährlichen Steinstürzen.
Het bord waarschuwt voor gevaarlijke steenslag.
Der Polizist warnte die Passanten, damit niemand die Absperrung überquerte.
De politieagent waarschuwde de voorbijgangers zodat niemand de afzetting zou oversteken.
Ich warne dich vor der Gefahr.
Ik waarschuw je voor het gevaar.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es warnt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es warnte
Perfekter/sie/es hat gewarnt

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een driehoekig waarschuwingsbord voor met het woord «warnen» dat knippert.
👂Klinkt als het Engelse «warn» — dezelfde wortel.

Opmerkingen

«warnen» is een regelmatig (zwak) werkwoord. In veel contexten wordt «warnen vor» gebruikt met de datief voor datgene waarvoor men waarschuwt (bijv. jemanden vor etwas warnen).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichwarne
duwarnst
er/sie/eswarnt
wirwarnen
ihrwarnt
sie/Siewarnen
ichwerde gewarnt
duwirst gewarnt
er/sie/eswird gewarnt
wirwerden gewarnt
ihrwerdet gewarnt
sie/Siewerden gewarnt
ichwarne
duwarnest
er/sie/eswarne
wirwarnen
ihrwarnet
sie/Siewarnen
ichwerde gewarnt
duwerdest gewarnt
er/sie/eswerde gewarnt
wirwerden gewarnt
ihrwerdet gewarnt
sie/Siewerden gewarnt
ichwürde warnen
duwürdest warnen
er/sie/eswürde warnen
wirwürden warnen
ihrwürdet warnen
sie/Siewürden warnen
ichwürde gewarnt
duwürdest gewarnt
er/sie/eswürde gewarnt
wirwürden gewarnt
ihrwürdet gewarnt
sie/Siewürden gewarnt
duWarn!
ihrWarnt!
SieWarnen!