noun
visitekaartje, visitekaart
B1
Visitenkarte betekent ‘visitekaartje’ met contactgegevens, bedrijfsnaam en functie. In het Duits is het een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Visitenkarte; meervoud Visitenkarten. Gewone verbuiging. Veel gebruikt bij zakelijke kennismakingen en netwerken.
Voorbeelden
Der Unternehmer legte die Visitenkarte auf den Tisch, nachdem das Gespräch beendet war, damit die Kundin die Kontaktdaten hatte.
De ondernemer legde het visitekaartje op tafel nadat het gesprek was beëindigd, zodat de klant de contactgegevens had.
Ich habe eine Visitenkarte.
Ik heb een visitekaartje.
Kann ich Ihre Visitenkarte haben?
Mag ik uw visitekaartje hebben?
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je iemand een klein kaartje geeft met het woord «Visite» erop.
Visi- (visite) + Karte (kaart) — denk aan «visitekaartje» om «Visitenkarte» te onthouden.
die Visitenkarte — vrouwelijk zoals «die Karte» of «die Postkarte».
Opmerkingen
Meervoud: «Visitenkarten». Veelvoorkomend in professionele en netwerkcontexten. In formele situaties worden vaak visitekaartjes uitgewisseld.