noun
paard
A2
Pferd is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Pferd, meervoud Pferde. Het betekent ‘paard’. De genitief enkelvoud krijgt -es: des Pferdes. Regelmatige verbuiging, met datief meervoud den Pferden. Veel gebruikt in paardensport en landbouw.
Voorbeelden
Das Pferd läuft über die Wiese.
Het paard rent over de weide.
Ich reite gerne Pferde.
Ik rijd graag op paarden.
Der Junge striegelte das Pferd, nachdem es von der Wiese zurückkam.
De jongen borstelde het paard nadat het van de weide terugkwam.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een paard in een stal voor met een bordje ‘Pferd’.
Pferd klinkt een beetje als ‘furd’ — stel je een harig dier voor (niet exact).
das — hoewel veel dieren variabele geslachten hebben, is ‘das Pferd’ onzijdig.
Opmerkingen
Meervoud: «Pferde». Veelgebruikt in contexten over dieren, paardrijden en boerderijen.