Zwiebel

noun
ui
B1

Zwiebel is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Zwiebel. Het betekent ‘ui’, een heel gebruikelijke groente in de keuken. Meervoud: Zwiebeln. Regelmatige verbuiging. Het komt ook voor in samenstellingen zoals Zwiebelkuchen. Basiswoord in de culinaire woordenschat.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Ich schneide eine Zwiebel.
Ik snijd een ui.
Die Zwiebel ist in der Suppe.
Er zit een ui in de soep.
Die Köchin schnitt die Zwiebel, bevor sie die Pfanne erhitzte, weil der Duft wichtig für das Rezept war.
De kok sneed de ui voordat ze de pan verhitte, omdat het aroma belangrijk was voor het recept.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALZwiebeln

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedie Zwiebeldie Zwiebeln
genitiveder Zwiebelder Zwiebeln
dativeder Zwiebelden Zwiebeln
accusativedie Zwiebeldie Zwiebeln

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️stel je lagen voor als ringen rond een planeet — een gelaagde, ronde ui
👂klinkt een beetje als «sweeble» — stel je een wiebelende ui voor
⚧️die = zij. Stel je een vrouw (zij) voor met een ui om te onthouden dat het vrouwelijk is (die Zwiebel).

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Zeer gewone groente in de keuken. Veel leerlingen verwarren Zwiebel (ui) met Zwieback (beschuit/rusk). Uien snijden veroorzaakt vaak tranen.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS