Auftrag

noun
opdracht, bestelling, order
B1

Auftrag is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Auftrag, meervoud Aufträge. Het betekent vooral ‘opdracht’, ‘order’ of ‘taak’. Veelgebruikte combinaties: einen Auftrag geben/erteilen, einen Auftrag ausführen. Genitief enkelvoud: des Auftrags. Vaak in zakelijke context.

Voorbeelden

Die Firma erhielt den Auftrag, weil das Angebot überzeugend war.
Het bedrijf kreeg de opdracht omdat het aanbod overtuigend was.
Sie hat den Auftrag bekommen, das neue Projekt zu leiten.
Ze kreeg de opdracht om het nieuwe project te leiden.
Der Auftrag wurde gestern abgeschlossen.
De opdracht werd gisteren voltooid.

Details

MeervoudAufträge

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Auftragdie Aufträge
genitivedes Auftragsder Aufträge
dativedem Auftragden Aufträgen
accusativeden Auftragdie Aufträge

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een klembord voor met bovenaan «Auftrag» geschreven voor elke taak.
👂Klinkt als «off-track» — denk aan een taak die je weer «on track» brengt (Auf-trag = op-taak).
⚧️Der Auftrag — mannelijk zoals veel -ag-woorden; onthoud «der» zoals bij andere mannelijke woorden voor taak/rol.

Opmerkingen

«Auftrag» verwijst vaak naar een commerciële bestelling, een contract of een opdracht/taak. Meervoud: «Aufträge» (umlaut + -e).

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek