noun
vertrouwen, zekerheid
B1
Vertrauen is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Vertrauen. Het betekent ‘vertrouwen’ of ‘zelfvertrouwen’. Genitief: des Vertrauens. Meestal is het ontelbaar, dus een meervoud komt zelden voor. Veelgebruikte constructies zijn Vertrauen in jemanden haben en jemandem Vertrauen schenken.
Voorbeelden
Sein Vertrauen in das Team wuchs nach dem Erfolg.
Zijn vertrouwen in het team groeide na het succes.
Ich habe volles Vertrauen in dein Urteil.
Ik heb volledig vertrouwen in je oordeel.
Ich habe Vertrauen.
Ik heb vertrouwen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je twee mensen voor die elkaar de hand schudden met een hart ertussen om «Vertrauen» te onthouden.
Klinkt als «for-trow-en» — stel je voor dat je je zorgen «vooruit» in iemands handen gooit.
das = stel je een neutraal vertrouwenscertificaat voor met «das Vertrauen» erop om het onzijdige geslacht te onthouden.
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt als een niet-telbaar, abstract zelfstandig naamwoord. De genitief enkelvoud is meestal «des Vertrauens». | Alleen enkelvoud; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.