noun
kus
B1
Kuss is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘kus’. Het meervoud is Küsse, met umlaut en -e. Genitief enkelvoud: des Kusses; datief meervoud: den Küssen. Gebruikelijk voor een romantische of vriendschappelijke kus.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Schauspieler gab der Partnerin einen Kuss, nachdem die Szene beendet war.
De acteur gaf zijn partner een kus nadat de scène was afgelopen.
Zum Abschied gab sie ihm einen Kuss.
Bij het afscheid gaf ze hem een kus.
Er gab ihr einen Kuss, bevor er ging.
Hij gaf haar een kus voordat hij wegging.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je twee mensen voor die met hun gezichten een kleine «K» vormen om «Kuss» te onthouden, met lippen die elkaar raken
Klinkt een beetje als het Engelse «cuss» (maar met een k) — onthoud dat het een zacht, liefdevol woord is, geen scheldwoord
der = denk aan «der Mann» (de man) die een kus geeft — koppel het mannelijke lidwoord der aan Kuss
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Het meervoud krijgt een umlaut: Kuss → Küsse. Wordt gebruikt voor zowel een klein kusje als een romantische kus; de context bepaalt de betekenis.