verbringen

verb
doorbrengen, besteden, verblijven
B1

verbringen betekent ‘doorbrengen’ of ‘besteden’, vooral in verband met tijd. Het vormt het perfekt met haben: verbrachte, verbracht. Niet-scheidbaar en niet-reflexief. Vaak met een lijdend voorwerp zoals Zeit en met mit + datief voor gezelschap: Zeit mit jemandem verbringen.

Voorbeelden

Er verbrachte den Urlaub am Meer.
Hij bracht zijn vakantie aan zee door.
Sie haben zu viel Zeit im Internet verbracht.
Je hebt te veel tijd op internet doorgebracht.
Ich habe den ganzen Tag im Bett verbracht.
Ik heb de hele dag in bed doorgebracht.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigNee
Werkwoordtypemixed
Stamveranderingenpräteritum 'verbrachte', Partizip II 'verbracht' (mixed verb pattern)

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es verbringt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es verbrachte
Perfekter/sie/es hat verbracht

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een persoon voor die een klok een kamer in draagt — hij «brengt» tijd naar die plek.
👂Klinkt als «ver-bring-en» — stel je voor dat je tijd met je meebrengt.
⚧️N/A

Opmerkingen

Wordt vaak gebruikt met tijdsaanduidingen (Zeit) en locaties. Voltooid deelwoord: verbracht.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichverbringe
duverbringst
er/sie/esverbringt
wirverbringen
ihrverbringt
sie/Sieverbringen
ichwerde verbracht
duwirst verbracht
er/sie/eswird verbracht
wirwerden verbracht
ihrwerdet verbracht
sie/Siewerden verbracht
ichverbringe
duverbringest
er/sie/esverbringe
wirverbringen
ihrverbringt
sie/Sieverbringen
ichwerde verbracht
duwerdest verbracht
er/sie/eswerde verbracht
wirwerden verbracht
ihrwerdet verbracht
sie/Siewerden verbracht
ichwürde verbringen
duwürdest verbringen
er/sie/eswürde verbringen
wirwürden verbringen
ihrwürdet verbringen
sie/Siewürden verbringen
ichwürde verbracht
duwürdest verbracht
er/sie/eswürde verbracht
wirwürden verbracht
ihrwürdet verbracht
sie/Siewürden verbracht
duverbringe!
ihrverbringt!
Sieverbringen!