noun
kosten, uitgaven, onkosten
B1
Kosten is een pluralia tantum: het betekent ‘kosten’, ‘uitgaven’ of ‘onkosten’ en heeft geen enkelvoud. Het staat met een meervoudsvorm van het werkwoord: Die Kosten sind hoch. Vormen: der Kosten, den Kosten. Veel gebruikt in financiën en rekeningen.
Voorbeelden
Die Kosten für das Konzert sind höher als erwartet.
De kosten voor het concert zijn hoger dan verwacht.
Reiseversicherung deckt oft unerwartete Kosten bei Stornierungen.
Reisverzekering dekt vaak onverwachte kosten bij annuleringen.
Die Firma senkte die Produktion, weil die Kosten zu hoch waren.
Het bedrijf verlaagde de productie omdat de kosten te hoog waren.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een bon voor met veel regels waarop ‘Kosten’ vetgedrukt staat.
klinkt als ‘coast’ + ‘ten’ — stel je tien munten aan de kust voor als kosten.
die — denk aan ‘die Kosten’ als ‘de kosten’.
Opmerkingen
Alleen meervoud in het Duits; gebruikt om over prijzen, kosten of uitgaven te spreken. Er is geen gebruikelijke enkelvoudsvorm wanneer men het algemeen over ‘costs’ heeft. | Alleen meervoud; enkelvoudsvormen zijn niet van toepassing.