noun
speelplaats, speeltuin
B1
Spielplatz (de) betekent ‘speelplaats’ of ‘speeltuin’. Meervoud: Spielplätze, met umlaut en -e. Datief meervoud: den Spielplätzen; genitief meervoud: der Spielplätze. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord met gewone verbuiging. Meestal gaat het om een buitenruimte voor kinderen.
Voorbeelden
Die Kinder spielen auf dem Spielplatz.
De kinderen spelen op de speelplaats.
Der Spielplatz hat eine eingezäunte Spielzone für Kleinkinder.
De speeltuin heeft een omheinde speelzone voor peuters.
Die Kinder spielen auf dem Spielplatz.
De kinderen spelen op de speelplaats.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een helder park voor met schommels en een bord waarop groot «Spielplatz» staat.
Denk aan «spiel» = spelen en «platz» = plaats → speelplaats = playground.
Der Spielplatz — der (mannelijk): stel je een grote DER-poort bij de ingang voor.
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt voor openbare speelruimtes. Meervoud is «Spielplätze». Als je over een specifieke speelplaats spreekt, gebruik dan het bepaald lidwoord (der/dem/den).