Sport

noun
sport
A1

Sport (der) betekent ‘sport’ of ‘sportbeoefening’. In het Duits is het vaak niet-telbaar; voor soorten gebruik je die Sportarten. Genitief: des Sports. Een gewoon zelfstandig naamwoord zonder vast voorzetsel, veel gebruikt voor beweging, wedstrijden en vrije tijd.

Voorbeelden

Ich mache jeden Tag Sport, um fit zu bleiben.
Ik sport elke dag om fit te blijven.
Ich treibe gerne Sport, um fit zu bleiben.
Ik sport graag om fit te blijven.
Der Arzt riet, dass die Patienten mehr Sport treiben sollten, damit ihre Gesundheit sich besser entwickelte.
De arts adviseerde dat de patiënten meer zouden sporten, zodat hun gezondheid zou verbeteren.

Details

MeervoudSport

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Sportdie Sportarten
genitivedes Sportsder Sportarten
dativedem Sportden Sportarten
accusativeden Sportdie Sportarten

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je mensen voor die rennen en spelen op een veld voor Sport
👂identiek aan Engels ‘sport’
⚧️der = stel je een mannelijke coach voor om het mannelijke lidwoord te onthouden

Opmerkingen

Sport wordt meestal als een massanaamwoord gebruikt (zonder meervoud) wanneer het om lichamelijke activiteit gaat; ‘die Sportarten’ verwijst naar soorten sport.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek