spitz

adjective
scherp, puntig
B1

spitz betekent ‘scherp’, ‘puntig’ of ‘spits’. Het beschrijft voorwerpen, vormen en soms ook een toon. Het is een gradabel bijvoeglijk naamwoord: spitzer, am spitzesten. Tegenovergestelde: stumpf. Gewone bijvoeglijke verbuiging geldt. Ook figuurlijk gebruik is mogelijk, zoals in eine spitze Bemerkung.

Voorbeelden

Vorsicht, das Messer ist sehr spitz.
Pas op, het mes is erg scherp.
Obwohl die Messer sehr spitz waren, legte der Koch sie sorgfältig weg, damit sich niemand verletzte.
Hoewel de messen erg scherp waren, legde de kok ze zorgvuldig weg zodat niemand zich zou verwonden.
Die Schuhe sind vorne spitz und sehen elegant aus.
De schoenen zijn puntig aan de voorkant en zien er elegant uit.

Details

VergelijkbaarJa
Vergrotende trapspitzer
Overschrijvende trapam spitzesten
Voltooid deelwoordNee

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je de punt van een naald of een kegel voor — heel spitz (puntig).
👂Spitz klinkt als ‘spit’ → stel je iets dun en puntig voor.

Opmerkingen

Wordt zowel letterlijk gebruikt (bijv. een scherp voorwerp) als figuurlijk (een «spitze Bemerkung» = een venijnige opmerking). Kan volgens de normale bijvoeglijke naamwoorduitgangen worden verbogen.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek