noun
dierentuin, dierenpark, zoo
B1
Tierpark is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Tierpark, meervoud die Tierparks. Betekent dierentuin of dierenpark. Regelmatige verbuiging, meervoud op -s. Vaak gebruikt voor een parkachtige zoo of een open dierenpark.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Kinder besuchten den Tierpark, obwohl das Wetter schlechter war als erwartet.
De kinderen bezochten de dierentuin, hoewel het weer slechter was dan verwacht.
Der Tierpark zeigt Tiere aus verschiedenen Kontinenten.
Het dierenpark toont dieren van verschillende continenten.
Im Tierpark kann man viele exotische Tiere sehen.
In de dierentuin kun je veel exotische dieren zien.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een park vol dieren voor — dat is een Tierpark.
Tier lijkt op het Engelse «tier», maar denk hier aan: «Tier» = dier in het Duits.
mannelijk: der Tierpark — stel je een mannelijke leeuw (der) voor als mascotte van het park.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Een Tierpark lijkt op een zoo; sommige Tierparken zijn meer als grote openluchtparken met dieren. Tierpark legt de nadruk op ‘dieren’ (Tier).