noun
activiteit
B1
Aktivität, vrouwelijk, betekent ‘activiteit’: een bezigheid, handeling of georganiseerd evenement. Meervoud: Aktivitäten. Regelmatige verbuiging: der Aktivität, den Aktivitäten. Het woord is heel gebruikelijk in het dagelijks leven, op school, in sport en in organisatorische context.
Voorbeelden
Die Aktivität hat den Kindern im Kurs viel Spaß gemacht.
De activiteit vond de kinderen in de klas erg leuk.
Sportliche Aktivität ist wichtig für die Gesundheit.
Lichamelijke activiteit is belangrijk voor de gezondheid.
Die Ärztin empfahl Ruhe, weil jede körperliche Aktivität den Patienten erschöpft hätte.
De arts adviseerde rust, omdat elke lichamelijke activiteit de patiënt zou hebben uitgeput.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een groep voor die een activiteit doet in een klaslokaal met een groot bord met ‘Aktivität’.
Klinkt als het Engelse ‘activity’.
Die Aktivität — denk aan ‘die’ en beeld je een vrouwelijke lint rond de activiteit in.
Opmerkingen
Het meervoud eindigt op -en: die Aktivitäten. Vaak gebruikt in contexten over evenementen, onderwijs en vrije tijd.