noun
speler
B1
Spieler betekent ‘speler’. Mannelijk zelfstandig naamwoord: der Spieler, meervoud Spieler zonder vormverandering. In de datief meervoud: den Spielern. Regelmatige verbuiging. Gebruikelijk voor sporters, gamers en soms muzikanten, afhankelijk van de context.
Voorbeelden
Der Spieler hat ein Tor geschossen.
De speler scoorde een doelpunt.
Der Trainer lobte den Spieler, weil er im letzten Spiel ein wichtiges Tor erzielte.
De trainer prees de speler omdat hij in de laatste wedstrijd een belangrijk doelpunt maakte.
Der Spieler schoss das Tor.
De speler scoorde het doelpunt.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een persoon op een veld met een bal voor — die persoon is een «speler».
Klinkt als het Engelse «player» — «Spiel» = spel, dus Spieler = speler.
der (mannelijk) — denk aan «der» als typisch voor veel mannelijke rolwoorden zoals «Spieler»
Opmerkingen
Mannelijke vorm; de vrouwelijke vorm is «Spielerin». Meervoud: «die Spieler».