noun
spel, toneelstuk, wedstrijd
A2
das Spiel is een onzijdig zelfstandig naamwoord met meervoud die Spiele. Betekent vooral ‘spel’, ‘partij’ of ‘wedstrijd’, en ook ‘toneelstuk’. Gewone verbuiging. Veel gebruikt bij bordspellen, sport en theater. Handige combinaties: ein Spiel spielen, das Spiel gewinnen.
Voorbeelden
Kinder lernen durch Spiel viel Neues.
Kinderen leren veel nieuwe dingen door te spelen.
Monopoly ist ein sehr bekanntes Spiel.
Monopoly is een heel bekend spel.
Das Spiel beginnt um acht Uhr.
De wedstrijd begint om acht uur.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een bordspeldoos voor met het label «Spiel».
das - stel je een neutrale doos voor met «das Spiel» erop.
Opmerkingen
«Spiel» kan afhankelijk van de context verwijzen naar georganiseerde spellen, spel in het algemeen of een toneelstuk.