noun
bal, bal (dansfeest)
A2
Ball (m.) betekent bal, bol of ook een dansbal. Meervoud: Bälle, met umlaut. Genitief enkelvoud: des Balls; datief meervoud: den Bällen. De betekenis hangt sterk af van de context, dus let goed op de situatie.
Voorbeelden
Nächste Woche ist ein Ball im Gemeindehaus.
Volgende week is er een bal in het buurthuis.
Beim Ball verlor ein Tänzer seinen Schuh, obwohl er die Routine oft geübt hatte.
Op het bal verloor een danser zijn schoen, hoewel hij de routine vaak had geoefend.
Der Ball rollte den Hang hinunter.
De bal rolde de helling af.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een ronde bal voor die over het gras stuitert.
Hetzelfde als Engels «ball».
Onthoud «der Ball» — veel korte mannelijke zelfstandige naamwoorden gebruiken «der».