Ball

noun
bal, bal (dansfeest)
A2

Ball (m.) betekent bal, bol of ook een dansbal. Meervoud: Bälle, met umlaut. Genitief enkelvoud: des Balls; datief meervoud: den Bällen. De betekenis hangt sterk af van de context, dus let goed op de situatie.

Voorbeelden

Nächste Woche ist ein Ball im Gemeindehaus.
Volgende week is er een bal in het buurthuis.
Beim Ball verlor ein Tänzer seinen Schuh, obwohl er die Routine oft geübt hatte.
Op het bal verloor een danser zijn schoen, hoewel hij de routine vaak had geoefend.
Der Ball rollte den Hang hinunter.
De bal rolde de helling af.

Details

MeervoudBälle

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Balldie Bälle
genitivedes Ballsder Bälle
dativedem Ballden Bällen
accusativeden Balldie Bälle

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een ronde bal voor die over het gras stuitert.
👂Hetzelfde als Engels «ball».
⚧️Onthoud «der Ball» — veel korte mannelijke zelfstandige naamwoorden gebruiken «der».

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek