noun
wandeling, ommetje, staptocht
A2
Spaziergang betekent ‘wandeling’ of ‘ommetje’, meestal voor ontspanning. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Spaziergang, meervoud die Spaziergänge met umlaut. Veelgebruikte uitdrukkingen zijn einen Spaziergang machen en spazieren gehen. Heel gewoon in alledaagse taal.
Voorbeelden
Wir machen einen Spaziergang im Park.
We maken een wandeling in het park.
Ein Abendspaziergang kann sehr entspannend sein.
Een avondwandeling kan heel ontspannend zijn.
Wir machen einen Spaziergang im Park.
We maken een wandeling in het park.
Details
Ezelsbruggetjes
«spazier-» klinkt als «spa-zee-air» — denk aan een ontspannen wandeling.
der - stel je een heer voor die een wandeling maakt (mannelijk «der»).
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt voor een korte, ontspannen wandeling; samenstelling van «spazieren» + «Gang».