noun
souvenir, aandenken
B1
Souvenir is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Souvenir, meervoud die Souvenirs. Het betekent „souvenir”, „aandenken” of „reisgeschenk”. Het is een leenwoord uit het Frans. Het meervoud krijgt gewoon -s; genitief meervoud: der Souvenirs.
Voorbeelden
Als Erinnerung kaufte sie ein kleines Souvenir vom Strand.
Als aandenken kocht ze een klein souvenir van het strand.
Als Souvenir aus dem Urlaub habe ich eine Postkarte mitgebracht.
Als souvenir van mijn vakantie heb ik een ansichtkaart meegenomen.
Das Souvenir aus dem Museum ist ein schönes Andenken an die Reise.
Het souvenir uit het museum is een mooie herinnering aan de reis.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een klein winkeltje voor met planken vol kleine souvenirs met het label ‘Souvenir’.
Hetzelfde als Engels ‘souvenir’ — spreek het uit als ‘SOO-vuh-neer’.
Das Souvenir — denk aan ‘das klein voorwerp’ om het onzijdige te onthouden.
Opmerkingen
Souvenir is een leenwoord en gedraagt zich in het Duits als een gewoon onzijdig zelfstandig naamwoord. Het meervoud is vaak «Souvenirs».