verb
opmaken, make-uppen, grimeren
B1
schminken is een regelmatig, niet-scheidbaar werkwoord. Het betekent ‘opmaken/ schminken’ van iemand, of reflexief: sich schminken = ‘zich opmaken’. Perfekt met haben: hat geschminkt. Veel gebruikt in alledaagse taal, theater en film. Imperatief: Schmink dich!
Voorbeelden
Ich schminke mich.
Ik breng make-up aan.
Die Schauspielerin schminkte sich, bevor die Vorstellung begann.
De actrice maakte zich op voordat de voorstelling begon.
Sie schminkt sich jeden Morgen vor der Arbeit.
Ze brengt elke ochtend voor het werk make-up aan.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die een ‘smink’-kwast gebruikt en daarmee over het gezicht strijkt om de handeling te onthouden.
Klinkt als ‘shmink’ — stel je een klein kwastje (shmink) voor dat het gezicht schildert.
Opmerkingen
Kan wederkerend gebruikt worden (sich schminken = zichzelf opmaken) of overgankelijk (jemanden schminken = iemand opmaken/grimeren). Regelmatig zwak werkwoord.