noun
stof, stofdeeltjes
B1
Staub betekent stof: fijne vuildeeltjes. Mannelijk: der Staub. Meestal een niet-telbaar stofwoord; het meervoud Stäube komt zelden voor en duidt dan op soorten of hoeveelheden stof. Regelmatige verbuiging.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Staub liegt auf dem Regal.
Het stof ligt op de plank.
Auf den Möbeln liegt eine dicke Schicht Staub.
Er ligt een dikke laag stof op het meubilair.
Die alte Bibliothek war voller Staub, nachdem das Gebäude jahrelang geschlossen blieb.
De oude bibliotheek zat vol stof nadat het gebouw jarenlang gesloten was gebleven.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een dunne grijze laag voor die een plank bedekt — die laag is Staub.
Klinkt als ‘stove’ (stel je stof op een fornuis voor).
Der Staub — denk aan ‘der’ = ‘de’ voor een mannelijke hoop stof (stel je een man voor die stof afneemt).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Staub is in het Duits vaak niet-telbaar (massanaamwoord). Een meervoud ‘Stäube’ bestaat, maar is zeldzaam en wordt meestal gebruikt in speciale contexten (verschillende soorten stof).