Schaden

noun
schade, nadeel
B1

Schaden betekent ‘schade’, ‘nadeel’ of ‘letsel’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Schaden, meervoud Schäden. Het meervoud is onregelmatig door umlaut + -en. Vaak gebruikt als algemene, soms niet-telbare term; veelvoorkomende combinaties zijn Schaden zufügen en Schaden erleiden.

Voorbeelden

Der Hagel hat großen Schaden auf dem Feld verursacht.
De hagel veroorzaakte veel schade op het veld.
Der Verkehrsunfall richtete erheblichen Schaden an.
Het verkeersongeval veroorzaakte aanzienlijke schade.
Nachdem der Sturm vorbei war, schätzte die Versicherung den Schaden, den die umgestürzten Bäume verursacht hatten.
Nadat de storm voorbij was, schatte de verzekeringsmaatschappij de schade die de omgevallen bomen hadden veroorzaakt.

Details

MeervoudSchäden

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Schadendie Schäden
genitivedes Schadensder Schäden
dativedem Schadenden Schäden
accusativeden Schadendie Schäden

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een gebarsten scherm voor met een groot rood label ‘Schaden’ erop.
👂Klinkt als Engels ‘shaden’ — denk aan ‘shade’ dat planten schade toebrengt.
⚧️Der Schaden — stel je een mannelijke inspecteur voor die schade markeert (der).

Opmerkingen

Veelvoorkomend zelfstandig naamwoord voor fysieke of abstracte schade/nadeel. Vaak gebruikt in juridische, verzekerings- en alledaagse contexten. Het meervoud is ‘Schäden’.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek